Nature-based Solutions (NbS) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan urgente opgaven zoals wateroverlast, broeikasgasuitstoot, droogte en biodiversiteitsherstel. Waarom blijft een brede toepassing dan achter? Wageningen University & Research (WUR), één van de consortiumpartners in NL2120, onderzocht hoe de toepassing van NbS zijn te versnellen. Daartoe zijn lessen verzameld uit zowel de literatuur als uit zeven casussen: Bijenlandschap in West-Brabant, de Koopmanspolder aan het IJsselmeer, de Vooroever in Hoorn, dijkversterking Uitdam, de Grensmaas, Poelgeest en Eschmarke. Deze lessen dragen bij aan doorbreken van barrières en het benutten van kansen voor de opschaling van NbS, waar de komende jaren binnen NL2120 aan wordt gewerkt.

Uit het recent gepubliceerde rapport van het onderzoeksteam lees je hier de eerste 5 lessen voor het versnellen van Nature-based Solutions
Landelijke kaders, lokale invulling
Succesvol toegepaste NbS zijn meestal het gevolg van lokale inspanningen, ingebed in een landelijk wettelijk kader. Randvoorwaarden op rijksniveau zijn nodig om beweging te creëren, maar de daadwerkelijke invulling moet lokaal kunnen gebeuren. De casussen laten zien dat spanning kan ontstaan wanneer bevoegdheden van verschillende overheidslagen niet goed op elkaar aansluiten. Strenge landelijke regels, zoals waterveiligheidsnormen of aangewezen woningbouwlocaties, kunnen wel actie afdwingen, maar leveren niet altijd een integrale aanpak op als uitvoerende partijen andere taken of verantwoordelijkheden hebben. In Hoorn en Eschmarke zagen we hoe de lokale inzet tot meer integraal werken leidde.
Duidelijke spelregels en een gezamenlijk verhaal
Bij Nature-based Solutions zijn de samenwerking met de natuurlijke omgeving en de fysisch-ecologische feiten het uitgangspunt. Daardoor komen er verschillende beleidsdoelen en opgaven in samen. Er ontstaat echter pas een gezamenlijk verhaal en een stapeling van doelen, als bij gebiedsontwikkelingen niet alleen sectorale (grijze) doelen als waterveiligheid of woningbouw centraal staan. Door dit te koppelen aan bredere doelen zoals natuurontwikkeling, recreatie of biodiversiteitsverbetering, kan waarde toegevoegd worden aan een gebied. Niet alleen aan het grotere geheel, maar ook aan de directe omgeving.
Met het stapelen van doelen en integraal werken moeten ook verschillende belangen worden afgewogen. Dit vraagt om duidelijke spelregels, waarin verschillende zorgen en belangen goed zijn meegenomenZo stemden in Hoorn bewoners in met een dijkversterking, omdat hun zorgen en belangen waren gehoord en vertaald naar een gezamenlijke aanpak. Resultaat was een stadsstrand met voldoende recreatiemogelijkheden en parkeerplekken, terwijl ook de natuur vooruit ging.
In de Grensmaas zijn hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling en grindwinning gecombineerd, door de rivier meer ruimte te geven.
Focus op lange termijn
In de onderzochte casussen viel op dat NbS veelal niets of weinig extra mochten kosten ten opzichte van ‘grijze’ oplossingen. Zo bleek het ‘groen voor grind’-concept van de Grensmaas succesvol omdat er geen extra budget voor nodig was. De hoogwaterbescherming en de nieuwe natuur worden betaald met de winning en verkoop van 54 miljoen ton grind.
De opschaling van veel NbS worden verhinderd door benodigde investeringen en baten die pas op de langere termijn zichtbaar worden. Een beleidsprincipe als sober en doelmatig, zoals gehanteerd in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, kan ook te sober worden ingevuld.
De barrières rondom financiën zijn te overkomen, als er naar gebiedsspecifieke kansen wordt gekeken om baten te generen die de NbS bekostigen. Het Bijenlandschap was een relatief goedkoop concept en daardoor laagdrempelig, in Hoorn zijn kleinere budgetten in een groter programma met een samenhangend budget gebundeld. Voor de Koopmanspolder was een deel van het budget al beschikbaar omdat dat was gereserveerd voor het verwerken van baggerspecie. Om de baten te genereren die in te zetten zijn voor NbS, waren creatieve zoektochten en andere samenwerkingspartners nodig.
Voor het beheer van de NbS na oplevering is een langetermijnvisie nodig, inclusief de financiering. Dat was slechts beperkt het geval in de onderzochte casussen Eschmarke, Poelgeest en de Koopmanspolder. Hierdoor kwam de werking van de Nature-based Solution onder druk te staan en daarmee ook de effectiviteit van het verhaal om opschaling te bewerkstelligen. Dit is vaak geprobeerd op te lossen met vrijwilligers die bijdragen aan beheer en/of monitoring.
Maatschappelijke waarden integreren in verdienmodellen
Degenen die de kosten dragen van NbS, zijn veelal niet degenen die de baten incasseren. Daarbij komt dat de kosten vaak op korte termijn moeten worden voldaan, terwijl de baten pas later zichtbaar worden. NbS vragen vaak hogere kosten bij aanvang, maar vergeleken met grijze oplossingen leveren ze meer maatschappelijke baten op. Met name maatschappelijke baten op de lange termijn, zoals recreatie, gezondheid en biodiversiteitsherstel, verdienen aandacht. Daarom is vernieuwing van financiering en instrumenten nodig, waarin maatschappelijke waarden zijn opgenomen. Alleen dan zijn NbS op een eerlijke manier te positioneren als alternatief voor traditionele of ‘grijze’ oplossingen, zeker daar waar ‘kosten’ worden ingebracht als argument om voor traditioneel te kiezen.
De juiste mensen, de juiste kennis en politieke moed
Aanjagers zoals in het Bijenlandschap en de Koopmanspolder zijn met hun enthousiasme, kennis, het juiste netwerk en doorzettingsvermogen in veel van de casussen van groot belang voor het slagen van de NbS. Zonder hun doorzettingsvermogen waren dergelijke projecten nooit tot stand gekomen. Door de lange doorlooptijd van dergelijke projecten veranderen de omstandigheden continu: van de politieke context tot maatschappelijk draagvlak, van de economische situatie rond het vinden van financiering tot het afhaken van belangrijke betrokkenen (experts, eigenaren, vrijwilligers, etc.). Flexibiliteit en een lange adem van de betrokkenen is dan noodzakelijk om een zekere continuïteit te behouden, zoals blijkt uit de casus Grensmaas.
Daarnaast zien we dat deze actoren over de juiste kennis moeten beschikken. We zien successen in kennis en capaciteit op verschillende niveaus en voor verschillende typen kennisoverdracht: onderzoek, kennisontwikkeling, kennis doorgeven op ambtelijk niveau, educatie, monitoren en evaluatie. Zo is kennis bij overheden essentieel, evenals een collectief geheugen. De al bestaande kennis goed bundelen is een begin. Door gezamenlijke kennis en ervaring op te bouwen ontstaat weer nieuwe, vaak onontbeerlijke, kennis voor het gebiedsproces.
Door: Joyce Zwartkruis en Trond Selnes, met medewerking van Elske Swets en Joske Houtkamp. En met dank aan de andere leden van het projectteam: PL Sandra van Liere, Sverre van Klaveren, Marie-Jose Smits, Sandra Kristiaan, Rolf Michels, Annemarie Groot, Jessie Beirnaert, Danielle Ooms, Sonja Greil, Noortje Pellens.
Wilt u meer lezen?
Een les uit de moeizaam verlopen besluitvorming rond de dijkversterking van Uitdam is het niet als een technische opgave, maar als een maatschappelijk proces te zien.
