10 lessen versnellen Nature-based Solutions: deel 2

18 maart 2026

Nature-based Solutions (NbS) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan urgente opgaven zoals wateroverlast, broeikasgasuitstoot, droogte en biodiversiteitsherstel. Waarom blijft een brede toepassing dan achter? Wageningen University & Research (WUR), één van de consortiumpartners in NL2120, onderzocht hoe de toepassing van NbS zijn te versnellen. Daartoe zijn lessen verzameld uit zowel de literatuur als uit zeven recente  casussen: Bijenlandschap in West-Brabant, de Koopmanspolder aan het IJsselmeer, de Vooroever in Hoorn, dijkversterking Uitdam, de Grensmaas, Poelgeest en Eschmarke. Deze lessen dragen bij aan doorbreken van barrières en het benutten van kansen voor de opschaling van NbS, waar de komende jaren binnen NL2120 aan wordt gewerkt.

Beeld: AdobeStock

Uit het recent gepubliceerde rapport van het onderzoeksteam lees je hier de laatste 5 lessen voor het versnellen van Nature-based Solutions

Doe het samen met lokale gemeenschappen

NbS vragen om samenwerking met lokale gemeenschappen. Niet alleen ondernemers en grondeigenaren, maar ook bewoners. Wanneer hun omgeving verandert, raak je hun belangen, hoe klein het project ook is. Communicatie is daarom erg belangrijk, in élke fase, om lokale partijen te betrekken en weerstand tegen een relatief onbekende ingreep te verminderen. De invulling van die communicatie moet passen bij het gebied en het project. Er is meer nodig dan een online nieuwsbrief en een uitgebreid voortraject is vereist, om opvattingen, waarden en routines van mensen in het gebied te betrekken.

NbS zijn voor veel mensen relatief nieuw en vragen dus om meer uitleg. Werkt de ‘nieuwe’ oplossing net zo goed als de traditionele oplossing? Is waterveiligheid gegarandeerd of zijn er andere potentiële risico’s? Neem als uitgangspunt voor de communicatie een gezamenlijk verhaal, in woord en beeld, waarin een haalbare en gewenste toekomst wordt geschetst met oplossingen voor meerdere maatschappelijke uitdagingen.

Beeld: AdobeStock Het Bijenlandschap West-Brabant realiseerde in 2025 ruim 190 kilometer aan bloeiende bijenbufferstroken bij 99 agrarische bedrijven.

Aansprekend, helder en urgent verhaal

Het uitsterven van bestuivers of waterveiligheid zijn duidelijke uitdagingen waar NbS voor zijn in te zetten; urgentie helpt. Urgentie in projectontwikkeling resulteert echter vaak in bekende ‘grijze’ oplossingen. Door in regelgeving te verankeren dat een NbS de voorkeur heeft alvorens voor grijze oplossingen te kiezen, wordt er aan meerdere oplossingen tegelijk gewerkt én robuuster richting toekomst en omgeving gekeken.

Luister goed naar het maatschappelijke sentiment: verandert dit, pas dan het verhaal aan, indien mogelijk, om budget en commitment voor de NbS te krijgen. Wees gewaarschuwd dat een veranderend discours ook onduidelijkheid en zelfs weerstand kan oproepen, zoals bij de Koopmanspolder en Grensmaas. Waar eerst de nadruk lag op natuur, verschoof deze later naar water(kwaliteit), omdat ‘natuur’ als minder belangrijk werd beschouwd. Dit soort veranderingen moeten duidelijk en proactief worden gecommuniceerd, evenals de reden voor de verandering.

Uit de casussen leren we ook: weet met wie je praat en pas je vocabulaire en verhaal daarop aan. Voor alle actoren en betrokken stakeholders is een helder en herkenbaar verhaal cruciaal. NbS die bijdragen aan meerdere maatschappelijke opgaven, zijn ingewikkelder dan een grijze oplossing voor één probleem.
Pas op met jargon: in de onderzochte casussen wordt de term NbS weinig gebruikt. ‘Groene oplossingen’, inzetten op biodiversiteit of bijvoorbeeld innovatief waterbeheer worden vaker gebruikt, om het verhaal op een aansprekende manier te kunnen vertellen.

Ruimte voor experimenten en vermijd de pilot-paradox

In diverse onderzochte casussen is gekozen voor de onbekende weg, met veel onzekerheden. Deze projecten zijn uitsluitend geslaagd omdat er ruimte was met die onzekerheden om te gaan, te experimenteren, risico’s te nemen en daarvan te leren, bijvoorbeeld in de Koopmanspolder. Om NbS aan te jagen, is het nodig dat overheden ruimte bieden voor experiment: met financiële hulpmiddelen die daarbij passen en bij de doorlooptijd daarvan; rek in de regels, een uitnodigende houding en door voorbeeldprojecten te delen.
Daarbij is de relatie tussen top down- (beleidsvorming) en bottom up-initiatieven een uitdaging. Als de overheid initiatieven van onderop toejuicht, moet ze ook ruimte geven aan grotere initiatieven dan alleen op buurtniveau. Een casus als het Bijenlandschap laat zien dat het regionale schaalniveau goed kan passen: groot genoeg om impact te maken en klein genoeg voor saamhorigheid bij de actoren. Op dat schaalniveau bestaan ook heldere kaders en spelregels en (financiële) hulpbronnen.
Waardeer de burgers die experimenteerruimte zoeken en accepteer dat de invloed van de overheid zich beperkt tot relevante hoofdlijnen. Anticipeer als overheid vroeg op mogelijke opschaling: zorg dat de condities die nodig waren om de pilot succesvol te maken, niet de doorwerking van de pilots op grotere schaal (‘pilot-paradox’) verhinderen. Belangrijk is om door te bouwen op geslaagde experimenten: anders blijven NbS afhankelijk van toevalligheden, zoals zeer actieve actoren en beschikbare budgetten.

Bewegingsruimte en professionaliteit

Goede ondersteuning, integrale benadering, voldoende capaciteit en professionele daadkracht (van minstens een aantal betrokken stakeholders) zijn succesfactoren in de onderzochte casussen. Zie bijvoorbeeld Grensmaas als groot project met een flinke organisatie, Koopmanspolder met een trekker uit het gebied en inhoudelijke kennis, het veel kleinere Bijenlandschap West-Brabant dat drijft op professionaliteit en daadkracht. Een bepaalde mate van organisatiegraad is belangrijk om de NbS daadwerkelijk van de grond te krijgen en de relevante samenwerking aan te kunnen gaan.

De overheid ziet toe op de spelregels, maar kan vaak extra hobbels op de weg toevoegen. Van een project- of gebiedsorganisatie vraagt het veel om alle spelregels goed na te leven, zowel qua inzet als budget. Ook vereist het bepaalde competenties van de betrokkenen. Zijn de kaders niet duidelijk, te ingewikkeld of te sturend, dan kan handelingsverlegenheid optreden. Enerzijds is de overheid aan zet om te werken aan vereenvoudiging van regels, anderzijds is het op gebiedsniveau belangrijk voldoende capaciteit op verschillende vaardigheden te borgen.

Betrek grondeigenaren: ‘Boeren voor NbS’

In verschillende casussen waren agrariërs niet of maar beperkt betrokken, terwijl zij als grondeigenaren een belangrijke rol hebben. In Poelgeest, Eschmarke, Koopmanspolder en Grensmaas zijn boeren uitgekocht, verplaatst of zijn hun werkzaamheden aangepast. Vooral in de Koopmanspolder leidde dat tot wrijving. Ook het Bijenlandschap gaf boeren kopzorgen over de impact op andere (wettelijke) taken en regels waaraan zij moeten voldoen. NbS en landbouw zijn echter wel met elkaar te verweven, dat het draagvlak onder agrariërs kan vergroten – zeker als de opgaven voor de agrarische sector belangrijke uitgangspunten zijn bij het kiezen van natuurlijke oplossingen.

Beeld: AdobeStock In het Stadsstrand Hoorn is een zandige oeverdijk aangelegd als noodzakelijke kustversterking, maar is ook ruimte gemaakt voor recreatie en natuurontwikkeling.

 

Joyce Zwartkruis en Trond Selnes, met medewerking van Elske Swets en Joske Houtkamp. En met dank aan de andere leden van het projectteam: PL Sandra van Liere, Sverre van Klaveren, Marie-Jose Smits, Sandra Kristiaan, Rolf Michels, Annemarie Groot, Jessie Beirnaert, Danielle Ooms, Sonja Greil, Noortje Pellens.

Wilt u meer lezen?

Download hier het rapport