NL2120 bracht ruim dertig nationale programma’s voor ruimtelijke ordening in kaart, van het Deltaprogramma tot het Nationaal Plan Energiesysteem. De conclusie is opvallend eenduidig: geen enkel programma belemmert Nature-based Solutions (NbS) actief, maar slechts een handvol stimuleert de aanpak ook daadwerkelijk. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Simone Loohuizen en Leonie Koenders (beide Arcadis) binnen NL2120 naar hoe NbS wordt verwoord in het beleid dat de komende decennia de inrichting van Nederland bepaalt.

Geen tegenstand, wel stilte
Wie een verklaring zoekt voor de trage opschaling van NbS, denkt al snel aan gebrek aan financiële middelen of politieke onwil. Dit onderzoek laat zien dat in geen van de ruim dertig nationale programma’s staat dat NbS niet of minder zou moeten worden toegepast. Tegelijkertijd wordt in beleid nog zelden nadrukkelijk voor NbS gekozen: van de ruim dertig onderzochte programma’s doen dat er slechts zes: programma’s die NbS, natuurinclusiviteit of ecosysteemdiensten expliciet als voorkeursaanpak benoemen. Bij de rest blijft het bij een vermelding, of ontbreekt NbS als concept helemaal. Een NbS-doelstelling of een verankering via harde eisen, zoals aanbestedingscriteria, blijft achter. De kans ligt dan ook vooral in het gerichter benutten van bestaand, welwillend beleid om NbS actief te stimuleren.
Sommige domeinen lopen voorop
Het beeld verschilt sterk per domein. Programma’s binnen landbouw & natuur en bodem- & watersystemen verwijzen het vaakst naar NbS en geven de aanpak in een aantal gevallen ook expliciet de voorkeur, denk aan het Programma Versterken Biodiversiteit en het Programma Natuur. Ook de Programmatische Aanpak Groen in en om de Stad spreekt een duidelijke taal: groene oplossingen hebben hier de voorkeur boven technische.
Drie domeinen blijven achter: leefbare steden & regio’s, energie & (circulaire) economie en defensie. Daar wordt NbS nog nauwelijks structureel benoemd. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt: in programma’s als de Woningbouwopgave en het Nationaal Plan Energiesysteem wordt bijvoorbeeld al gesproken over natuurinclusiviteit en meekoppelkansen. Maar een uitgesproken voorkeur voor NbS ontbreekt. NL2120 verkent voor deze domeinen in vervolganalyses, samen met de betrokken partijen, waar wél aanknopingspunten liggen.
Een instrument, geen vertrekpunt
Een belangrijke sleutel ligt in het Beleidskompas. Dat is de centrale werkwijze waarmee de Rijksoverheid beleid ontwikkelt. NbS wordt daarin al genoemd, als ondersteunend instrument om een beleidsdoel te realiseren. Dat is positief. Tegelijk zien de onderzoekers ruimte om dit verder te versterken: zolang NbS wordt gepositioneerd als één van de vele instrumenten, kan het gemakkelijk ondergesneeuwd raken tussen andere opties. Wanneer NbS wordt geformaliseerd als uitgangspunt voor doelbereik, in plaats van als optioneel instrument, wordt het een vanzelfsprekend vertrekpunt voor elke verandering in de ruimtelijke ordening.
Het document dat op dit moment het dichtst in die buurt komt, is de Voorontwerp Nota Ruimte, die water en bodem als sturend principe hanteert en inzet op natuurinclusiviteit. NL2120 diende hierop een zienswijze in met als aanbeveling om van robuuste natuurlijke systemen een basisconditie en een verbindend element tussen alle ruimtelijke thema’s te maken met sterke regie op korte termijn. Of die lijn doorzet naar de definitieve Nota Ruimte, is één van de dingen om de komende tijd te volgen.
Vijf aanbevelingen
Op basis van de analyse doen de onderzoekers vijf concrete aanbevelingen voor vervolgstappen:
- Maak NbS het formele uitgangspunt van ruimtelijke ordeningsprogramma’s, door in gesprek te gaan met departementen en programmatrekkers van sleuteldocumenten zoals de Nota Ruimte, de Nationale Klimaatadaptatiestrategie, het Nationaal Water Programma en de stroomgebiedbeheerplannen.
- Onderzoek stimulerende aanbestedingsmaatregelen, zoals NbS-criteria in de gunningscriteria (EMVI) van aanbestedingen of een verplicht NbS-alternatief binnen MER-trajecten.
- Breng de doorwerking naar provincies en waterschappen in kaart, om te begrijpen hoe nationaal beleid daadwerkelijk landt in regionaal en lokaal beleid.
- Onderzoek de financiële onderbouwing van beleids- en uitvoeringsprogramma’s, want niet elk programma beschikt over voldoende of structurele financiering.
- Scherp handreikingen aan, met name voor domeinen waar NbS nog weinig voet aan de grond heeft, zoals defensie en energie.
Wat dit betekent voor de praktijk
De belangrijkste boodschap van dit onderzoek is dat er ruimte is om NbS op te schalen binnen programma’s en dat deze ruimte ook vergroot kan worden. Het is aan beleidsmakers om die te benutten om gerichte NbS-doelen en eisen te verankeren. Voor onderzoekers en experts is het zaak om samen met het rijk, provincies, waterschappen en gemeenten te kijken hoe NbS en een robuust klimaatbestendig systeem het vertrekpunt kunnen worden voor de ruimtelijke ordening en hoe dit actief gestimuleerd kan worden middels beleid.
Dit onderzoek was gericht op huidig, nationaal beleid voor ruimtelijke ordening. Als vervolgstap gaat NL2120 onderzoek doen naar provinciaal beleid, waterschapsbeleid en handreikingen. Ook gaan we verder onderzoeken hoe in de zwakker scorende domeinen NbS alsnog kan worden opgenomen.
