De Hunze: kronkelend door een toekomstbestendig landschap

7 april 2026

De Hunze slingert weer door een groen beekdal, het resultaat van dertig jaar herinrichting. Een inspirerend voorbeeld van hoe je met Nature-based Solutions (NbS) op grote schaal de natuurlijke omgeving herstelt, zodat je haar toekomstbestendig tegen verdroging en wateroverlast, én aantrekkelijk inricht.

Dit project bevat voor NL2120 waardevolle informatie over de randvoorwaarden voor succesvolle toepassing van natuurlijke oplossingen. Een team onderzoekers bracht daarom het hele verhaal van de Hunze in kaart, als onderdeel van een serie van 7 voorbeeldprojecten.

Beeld: Oscar Borsen; Hunzezone

Het landschap natuurlijker inrichten: deze wens klinkt steeds vaker vanuit inwoners, gebiedspartners en bestuurders. Zo ook rondom de Hunze, stromend door Drenthe en Groningen. Deze van oorsprong meanderende beek is in de twintigste eeuw rechtgetrokken om de gronden geschikter te maken voor de landbouw, met een drooggelegd beekdal als gevolg.
Langzaam groeide het verlangen hier verandering in te brengen. Dit leidde in 1995 tot de Hunzevisie, gericht op de terugkeer van een natuurlijk beekdal. Vervolgens groeide in 1998 de urgentie om waterveiligheid, natuur en zoetwatervoorziening in samenhang te benaderen: door wateroverlast dreigden het ziekenhuis in Groningen en het Groninger Museum te overstromen. Dit bracht het Hunze-herstel in een stroomversnelling. Het zou uitgroeien tot een van de grootste, langstlopende projecten met NbS van Nederland.

Beekdalherstel: een kansrijke Nature-based Solution

Bij beekdalherstel worden natuurlijke overstromingsvlaktes in het beekdal ingericht, met een mix van lage begroeiing en bos. Zo krijgt de beek weer ruimte om op een natuurlijke manier te meanderen, kan water bij piekbuien beter worden opgevangen, verbetert de waterkwaliteit en grondwaterbeschikbaarheid, en ontstaan nieuwe leefgebieden voor planten en dieren zoals otters, bevers en trekvissen. Ook wordt de sponswerking van het landschap versterkt, waardoor wateroverlast en droogte wordt voorkomen en de biodiversiteit herstelt. Op deze manier draagt beekdalherstel bij aan een robuust, biodivers en toekomstbestendig zandlandschap.

Eén visie

Het herstel van de Hunze combineert ecologie, waterbeheer en landschappelijke kwaliteit, met als doel een robuuster en aantrekkelijker beekdal. Uniek aan de herinrichting van het Hunzedal is de schaal waarop NbS zijn toegepast: het stroomgebied beslaat zo’n 37.000 hectare, waar in totaal ruim 2.100 hectare nieuwe natuur is gerealiseerd. Veel belanghebbenden zitten al dertig jaar voldoende op één lijn om dit mogelijk te maken: van provincies tot waterschappen, gemeenten, boeren, natuurorganisaties, vrijwilligers en financiers. De Hunzevisie van 1995 was cruciaal om deze intensieve samenwerking te laten slagen. Deze landschapsvisie gaf richting en houvast, maar liet genoeg ruimte voor lokaal maatwerk. Zo verbond ze partijen over decennia en politieke veranderingen heen. Door dit grote project op te knippen werd het bovendien financieel robuuster en beter bestand tegen vertraging.

Van waterberging tot recreatie

Hoewel de herinrichting vooral ontstond om het beekdal aantrekkelijker te maken, geeft het project antwoord op meer uitdagingen. Zoals wateroverlast, droogte, slechtere waterkwaliteit en verlies van biodiversiteit. Vooral qua waterberging is de winst groot. Het nieuwe gebied kan grote piekbuien veel beter opvangen, doordat de moerasbodem als spons werkt en water beter vasthoudt. Dat is zeker op hoge zandgronden belangrijk om wateroverlast te voorkomen. Ook is er meer (en schoner) water voor droge perioden, dankzij de betere sponswerking, natuurlijk peilbeheer en herstel van kwel. Verder keerden bijzondere dier- en plantensoorten terug, zoals otters, bevers en zeearenden. En niet alleen zij profiteren: het nieuwe gebied is ook aantrekkelijker voor wandelaars, fietsers en vogelaars. En dat is weer goed voor de lokale economie, denk aan horecabezoek,de verkoop van streekproducten en toeristen voor accommodaties zoals ecolodges.

Beeld: Menno Diersmann

Opgeknipt

Een compleet beekdal herstellen is een flinke opgave. Daarom is het project stapsgewijs uitgevoerd in een aantal deelprojecten. Zo draaide de herinrichting van het gebied Torenveen–Bonnerklap om het herstel van de natuurlijke beekloop, meer biodiversiteit en betere vismigratie. Bovendien moest in dit gebied bij extreme buien meer regenwater worden opgevangen, om de stad Groningen te beschermen tegen wateroverlast. Om dit te bereiken is er grond aangekocht en geruild met boeren, om deze grond om te vormen naar natuur. Hierdoor kreeg de Hunze meer ruimte en ontstonden er grotere, robuustere natuurgebieden. De beek kreeg haar bochten terug, sloten zijn gedempt en kades aangepast. Nieuwe geulen en herstelde moeraszones zorgen voor betere waterberging. En de vissen? Die kunnen dankzij aangelegde keiendrempels (vistrappen) weer vrij trekken.

In het hele Hunzedal zijn vergelijkbare NbS ingezet. Het grootste deel van het dal is inmiddels hersteld. Tussen 2024 en 2027 komt er nog zo’n 300 hectare nieuwe natuur bij: moerassen, zachte oevers en de meanderende beek.

Brede financieringsmix

Hoe creëer je stabiliteit in zo’n langdurig project? Eén sleutel schuilt in de doorlopende zoektocht naar financieringsmogelijkheden, van grote subsidies tot innovatieve acties. De grootste bijdrage kwam van Interreg Europe (25 miljoen euro). Verder zijn deelprojecten bijvoorbeeld gefinancierd via Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water, het NPLG en POP3. Daarnaast droegen creatieve initiatieven bij, zoals een groene laadpasactie van Greenchoice en LandschappenNL, waarbij laadsessies geld opleverden voor het natuurherstel. Ook bijzonder: dankzij een nieuw aankoopfonds kon de provincie Drenthe meteen geld lenen bij het Nationaal Groenfonds zodra er ruilgrond vrijkwam. Daardoor kon zij sneller handelen en meer kansen voor natuurherstel benutten.

Vergeten moeras

Ook opvallend aan het Hunzeproject is het grote draagvlak. Boeren, dorpsbewoners en andere stakeholders zijn actief betrokken via keukentafelgesprekken en gebiedsplatforms (gebiedsgerichte participatie). Bij dit soort bijeenkomsten, maar ook in bijvoorbeeld excursies met gidsen en educatiemateriaal, speelden cultuurhistorie en natuurbeleving een hoofdrol. Denk aan verhalen over het ‘vergeten moeras’. En er kwamen nieuwe wandelroutes en uitzichtpunten. Door deze insteek ontstond meer steun vanuit vrijwilligers, dorpsinitiatieven en natuurorganisaties.

Wat het draagvlak ook versterkte, was de hernieuwde Hunzevisie in 2014. Waar de versie uit 1995 vooral losse projecten aanjoeg, bood de nieuwe visie een integrale, gebiedsbrede langetermijnstrategie. Dit maakte de samenhang tussen natuurherstel, waterveiligheid, landbouw, recreatie en cultuurhistorie duidelijker voor inwoners en boeren. Daarmee laat het project zien hoe belangrijk het is om mensen al vroeg mee te nemen in het grotere plaatje — waar werken we naartoe en waarom?

Het kán

Al met al laat het Hunzeproject zien dat je met een overkoepelende visie, deelprojecten en een langdurige samenwerking bergen kunt verzetten — of beken verleggen. Zeker als je de kracht van een gedeeld verhaal benut. De betrokken partijen zijn trots op de terugkeer van een levendig landschap waarin het water stroomt zoals vroeger. Het Hunze-project laat de kracht van NbS goed zien: het verbindt water, natuur, landbouw, recreatie met elkaar in een geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Daarmee biedt het voor NL2120 en andere regio’s waardevolle informatie over de randvoorwaarden voor een succesvolle toepassing van een natuurlijke oplossing. Samen aan grootschalig natuurherstel werken, over sectoren en decennia heen? Wie kijkt naar de bochten van de Hunze, ziet met eigen ogen: het kán.

 

Door: Elianne Dummer, Viola Bennink, Marlies van Ree en Daan Verstand

Wilt u meer lezen?

Download hier het rapport.