De Onlanden: ruimte voor water, natuur en recreatie

20 mei 2026

Een natuurgebied dat wateroverlast vermindert, intussen zeldzame vogels een thuis biedt, prettig is om in te recreëren én naast te wonen: kan dat allemaal samen? De herinrichting van De Onlanden laat zien dat dit kan. Op de overgang van het Drents Plateau naar het laagveen van Groningen veranderde een voormalig hooilandgebied in een nat moerasgebied. Het gebied vangt daardoor water op, terwijl de natuur er opbloeit en mensen er graag hun vrije tijd doorbrengen.

Dit project bevat voor NL2120 waardevolle informatie over de randvoorwaarden voor succesvolle toepassing van natuurlijke oplossingen. Een team onderzoekers bracht daarom het hele verhaal van De Onlanden in kaart, als onderdeel van een serie van 7 voorbeeldprojecten.

Beeld: De Onlanden, Natuurmonumenten.

Wie verandering wil, moet in actie komen en kansen benutten wanneer die zich voordoen. Daarvan is de herinrichting van De Onlanden een mooi voorbeeld. In 1988 stroomde na extreme neerslag veel water vanaf het hogere Drents Plateau naar het laagveen van de provincie Groningen. Er ontstond grote wateroverlast in de stad en nabije omgeving. Dit maakte duidelijk hoe kwetsbaar het watersysteem, ingericht op snelle afvoer voor de landbouw, in De Onlanden was – en dat er iets moest veranderen. Juist op dat moment liep er een landinrichtingstraject. Provincie Drenthe, Waterschap Noorderzijlvest, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere betrokken organisaties verkenden samen de mogelijkheden om waterberging daarin mee te nemen. Hun oplossing: vernatting van het gebied als natuurlijke oplossing (NbS) om wateroverlast te beperken. Zo maakten zij slim gebruik van het ontstane momentum door de noodsituatie en al lopende bestuurlijke processen. 

Om wateroverlast te voorkomen, is bewust gekozen De Onlanden in te richten voor waterberging in combinatie met natuurontwikkeling. Naast waterveiligheid zorg je daarmee ook voor meer biodiversiteit. Bovendien helpt de natte natuur om bodemdaling tegen te gaan. Dit alles is mogelijk gemaakt met maatregelen zoals aangelegde stuwen en kades, het plaggen van de bodem en minder afwateren. Daardoor kan het gebied onderlopen bij piekbuien. Vervolgens stroomt het water geleidelijk weg. In de laagste delen mag water blijven staan, zodat moerasvegetatie zich ontwikkelt, terwijl landbouwpercelen en woningen beschermd blijven met kades en drainages. 

Stapsgewijs ontwikkelen 

De vernatting gebeurde stapsgewijs, zodat de natuur zich rustig kon aanpassen. Om het gebied van zo’n 2500 hectare opnieuw in te richten, is in totaal ongeveer vijfhonderd hectare grond aangekocht – mede mogelijk gemaakt door de lage grondprijzen destijds. Deze gunstige omstandigheden versnelden de voortgang van het project aanzienlijk. In januari 2012 is het gebied voor het eerst actief ingezet voor waterberging. Toen is achthonderd hectare onder water gezet. Het gebied heeft inmiddels de capaciteit om tweeëneenhalf tot drie miljoen kubieke liter water te bergen. Provincie Drenthe en waterschap Noorderzijlvest traden samen op als gezamenlijke opdrachtgevers en belangrijkste financiers, waarmee ze een belangrijke rol speelden bij de transformatie van het gebied. 

Permanente veenmoerasgebieden: een kansrijke Nature-based Solution 

Permanente veen- en moerasgebieden zijn natte ecosystemen met hoge waterstanden, waar ook ruimte is voor piekberging. Hierdoor stopt de oxidatie van het veen en wordt koolstof vastgelegd. Veenvormende en moerasgebonden planten krijgen hier de ruimte. De sponswerking van deze vegetatie en bodemopbouw zorgt voor natuurlijke waterberging, terwijl het systeem tegelijkertijd bijdraagt aan biodiversiteit, waterkwaliteit en – zorgvuldig ingepaste, extensieve – recreatie.

Flexibel werken 

Het project laat zien dat het belangrijk is om mee te bewegen met de realiteit, in plaats van vasthouden aan een statisch doel. Zo bleek het oorspronkelijke ontwerp voor waterberging na ruim tien jaar niet meer opgewassen tegen nieuwe klimaatvoorspellingen voor 2050. Verdere aanpassingen waren dus noodzakelijk; na de eerste inrichting (2000-2014) is inmiddels de planfase van het tweede inrichtingstraject van start. Het onderstreept de kracht van flexibel werken: houd een helder einddoel voor ogen, maar stuur onderweg bij. Daarbij zijn maatregelen zoals stuwen geen doelen op zich. Zelfs een vooraf vastgestelde waterbergingscapaciteit is geen eindpunt. Uiteindelijk draait het om het creëren van een veilige omgeving, op een manier die ook flora en fauna ten goede komt. Dit vraagt om meebewegen met nieuwe inzichten en omstandigheden. 

Vluchtheuvels voor vogels 

Het hielp dat Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer al vroeg een gezamenlijke visie maakten op de ontwikkeling van de natuurdoelen in De Onlanden en hoe dit was te combineren met waterberging. Daardoor konden zij eensgezind en snel handelen. Tegelijkertijd laat het project zien dat een overkoepelende langetermijnvisie, gedeeld door álle betrokken partijen, niet altijd vanzelfsprekend is. Want toen bleek dat meer waterbergingscapaciteit nodig was voor de veiligheid, kwam dat op gespannen voet te staan met de natuurdoelen. Als het gebied verder onder water zou lopen, zou dat bijvoorbeeld sommige vogels kunnen schaden. Dit soort spanningsvelden illustreren het belang van blijvende afstemming. De partijen zochten naar oplossingen die zoveel mogelijk bijdroegen aan waterveiligheid én natuurwaarden, zoals ‘vluchtheuvels’ in gebieden met zeldzame vogels. Die blijven daardoor droog als hun gebied onder water loopt. 

Luisteren naar omwonenden 

Hoewel veel mensen natuurontwikkeling toejuichen, wordt niet de aanwezigheid van álle dieren gewaardeerd. Denk aan muggen. Omwonenden van De Onlanden maakten zich daar zorgen over. Als oplossing zijn droge bufferzones rond woningen aangelegd, die muggenoverlast beperken. Het lijkt een klein voorbeeld, maar laat een belangrijke waarde zien: luisteren naar en serieus nemen van de belangen van omwonendenden. Om deze reden zijn de kades laag gehouden, zodat bewoners hun uitzicht behouden. Bovendien dachten inwoners rondom De Onlanden actief mee over recreatie, zoals wandelroutes en uitzichtpunten. Het resultaat: een aantrekkelijk woon- en recreatiegebied, waar steeds meer mensen wandelen en fietsen

Beeld: Menno Diersmann

Slim meebewegen 

Wie de kern van succesvolle NbS wil vatten, komt al snel uit bij dit principe: slim meebewegen. Met natuurlijke processen, maar óók met wat er bestuurlijk en maatschappelijk gaande is. Dat laat de herinrichting van De Onlanden goed zien. Door aan te sluiten bij lopende gebiedsprocessen en urgente wateropgaven, konden lokale organisaties het gebied laten uitgroeien tot bijzondere natuur die een elders gelegen regio beschermt tegen overstromingen en die een hoge recreatiewaarde heeft. Bovendien bewijst het project de waarde van een landschap dat kan meebewegen met veranderende omstandigheden. Daarmee zijn De Onlanden een inspiratiebron voor andere regio’s, of die nu oplossingen zoeken voor de steeds vaker voorkomende piekbuien of andere maatschappelijke vraagstukken. Want wie momentum weet te benutten en durft mee te bewegen, maakt ruimte voor veerkracht.

Door: Elianne Dummer, Paul Mathijssen, Marlies van Ree, Daan Verstand. 

 

Meer weten?

Download hier het rapport.