Wie verandering wil, moet in actie komen en kansen benutten wanneer die zich voordoen. Daarvan is de herinrichting van De Onlanden een mooi voorbeeld. In 1988 stroomde na extreme neerslag veel water vanaf het hogere Drents Plateau naar het laagveen van de provincie Groningen. Er ontstond grote wateroverlast in de stad en nabije omgeving. Dit maakte duidelijk hoe kwetsbaar het watersysteem, ingericht op snelle afvoer voor de landbouw, in De Onlanden was – en dat er iets moest veranderen. Juist op dat moment liep er een landinrichtingstraject. Provincie Drenthe, Waterschap Noorderzijlvest, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en andere betrokken organisaties verkenden samen de mogelijkheden om waterberging daarin mee te nemen. Hun oplossing: vernatting van het gebied als natuurlijke oplossing (NbS) om wateroverlast te beperken. Zo maakten zij slim gebruik van het ontstane momentum door de noodsituatie en al lopende bestuurlijke processen.
Om wateroverlast te voorkomen, is bewust gekozen De Onlanden in te richten voor waterberging in combinatie met natuurontwikkeling. Naast waterveiligheid zorg je daarmee ook voor meer biodiversiteit. Bovendien helpt de natte natuur om bodemdaling tegen te gaan. Dit alles is mogelijk gemaakt met maatregelen zoals aangelegde stuwen en kades, het plaggen van de bodem en minder afwateren. Daardoor kan het gebied onderlopen bij piekbuien. Vervolgens stroomt het water geleidelijk weg. In de laagste delen mag water blijven staan, zodat moerasvegetatie zich ontwikkelt, terwijl landbouwpercelen en woningen beschermd blijven met kades en drainages.
Stapsgewijs ontwikkelen
De vernatting gebeurde stapsgewijs, zodat de natuur zich rustig kon aanpassen. Om het gebied van zo’n 2500 hectare opnieuw in te richten, is in totaal ongeveer vijfhonderd hectare grond aangekocht – mede mogelijk gemaakt door de lage grondprijzen destijds. Deze gunstige omstandigheden versnelden de voortgang van het project aanzienlijk. In januari 2012 is het gebied voor het eerst actief ingezet voor waterberging. Toen is achthonderd hectare onder water gezet. Het gebied heeft inmiddels de capaciteit om tweeëneenhalf tot drie miljoen kubieke liter water te bergen. Provincie Drenthe en waterschap Noorderzijlvest traden samen op als gezamenlijke opdrachtgevers en belangrijkste financiers, waarmee ze een belangrijke rol speelden bij de transformatie van het gebied.