McCamphill is hoofdauteur van EU Policies as opportunities for upscaling Nature-based Solutions, een rapport dat onlangs is gepubliceerd onder het NL2120-programma. Samen met Antoinette Sprenger van IUCN NL voert ze een zorgvuldig en pragmatisch betoog: Nederland is al meerdere keren wettelijk verplicht om resultaten te leveren waar Nature-based Solutions (NbS) bij kunnen helpen. Drainage, dijken en baggerwerk brengen het land niet waar de Europese wetgeving voor 2030 eist dat het moet zijn. Werken aan het herstel van water, bodem en ecosystemen wel.
In een recent interview liepen McCamphill en Sprenger door wat ze hebben gevonden, wat de voortgang belemmert, en waar de volgende kansen liggen.
Een langlopend probleem
Drie decennia lang heeft Nederland een kluwen van verplichtingen onder EU-wetgeving opgebouwd: de Kaderrichtlijn Water, de Richtlijn Overstromingsrisico’s, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, en meer recent de Europese Klimaatwet en de Natuurherstelverordening. Elk vereist nationale plannen, meetbare resultaten en periodieke rapportage aan de Europese Commissie.
In beleidstermen heeft het land deze verplichtingen consequent behandeld als kosten die geminimaliseerd moeten worden. Stroomgebiedbeheerplannen richten zich op het oplossen van problemen aan het einde van de keten. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ondersteunt nog grotendeels drainage en op irrigatie gebaseerde landbouw, meer dan waterretentie. Het stikstofbeleid heeft de afgelopen jaren van crisis naar crisis bewogen. De eigen uitvoeringsrapporten van de Commissie merken herhaaldelijk op dat Nederland de doelen van de Kaderrichtlijn Water niet haalt, dat beschermde habitats in slechte staat verkeren, en dat de voortgang op de Richtlijn Overstromingsrisico’s is gestagneerd in gebieden buiten de grote rivieren.
Tegelijkertijd verschuiven de onderliggende omstandigheden. Heviger wateroverlast, langere droogtes, verzilting van de bodem, afnemende biodiversiteit, en een stikstofuitspraak die veel planologische besluiten onwettig heeft gemaakt. Het infrastructuur-eerst-model loopt tegen ecologische, financiële en juridische grenzen aan, allemaal gelijktijdig.
Wat het rapport beoogt
Het rapport heeft een bewust praktisch doel. McCamphill, die elf jaar bij de Europese Commissie werkte met precies deze richtlijnen, bracht elk groot EU-plan (op het grensvlak van land en water) in kaart dat Nederland de komende drie jaar moet aannemen of herzien. Voor elk plan identificeerde ze waar het land achterblijft bij zijn wettelijke verplichtingen, en waar NbS die kloof aannemelijk kunnen dichten.
Zes beleidsmomenten springen eruit: het Nationaal Herstelplan, verwacht in 2026; de volgende plannen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, die eind 2027 moeten worden vastgesteld (als onderdeel van de nieuw voorgestelde structuur van Nationale en Regionale Partnerschapsplannen); de Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen in 2028; de herziene Drinkwaterrichtlijn; de bijgewerkte Mariene Strategie; en het Nationaal Energie- en Klimaatplan voor landgebruik. Elk plan heeft een eigen planningscyclus, een verantwoordelijk ministerie, en een concreet moment waarop ambtenaren open zouden moeten staan voor bewijs en ideeën.
“Er staat nergens in de bestaande wetgeving dat je NbS móet gebruiken,” legt McCamphill uit. “Maar er zijn wel mogelijkheden in de manier waarop deze wetgeving geïnterpreteerd kan worden om NbS echt te mainstreamen. Het opstellen van deze plannen is het moment waarop dat gebeurt.”
Het rapport combineert deze Nederlandse analyse met zeven casestudies uit de rest van Europa: het Deense tripartiete akkoord over landbouw, dat als blauwdruk kan dienen voor Nederland om uit zijn aanhoudende stikstof- en natuurcrises te komen; het Duitse Blue Belt-programma voor waterwegen, dat goede praktijken laat zien voor intergouvernementele samenwerking op scheepvaartvraagstukken; de Schotse wet die overheden verplicht om eerst natuurlijke overstromingsbeheersing te overwegen; het Kopenhaagse cloudburst-plan voor stedelijke NbS; en de Britse Biodiversity Net Gain-regeling, die natuurherstel tot een verplicht onderdeel van de ruimtelijke planningswetgeving maakt. Deze best practices zijn geselecteerd op hun relevantie voor de Nederlandse context en bieden ideeën voor hoe NbS verder gebracht kunnen worden.