Kennisagenda op de kaart: Nature-based Solutions door een sociaaleconomische bril

23 juni 2025

Om Nature-based Solutions (NbS) op grote schaal toe te kunnen passen, is meer kennis nodig. Daarom heeft NL2120 een kennisagenda opgesteld met belangrijke vragen. Eén van die vragen draait om de sociaaleconomische kant van NbS: wat kost het, wat levert het op, en welke barrières staan opschaling in de weg?

Werkstroom 2 van NL2120 onderzoekt deze sociaaleconomische kant. In deze interviewserie “Kennisagenda op de kaart” gaan we hierover in gesprek met mensen uit het consortium én met professionals uit de praktijk die nieuwsgierig zijn naar de antwoorden. In deze aflevering staat de volgende vraag centraal:

Wat zijn de elf grootste sociaaleconomische barrières voor de opschaling van NbS, en hoe kunnen we die barrières wegnemen?

We spreken hierover met Jacobiene Ritsema van bureau Witteveen+Bos (namens Ecoshape en het consortium NL2120) en met Marco de Redelijkheid van Waterschap Limburg. Welke barrières zien zij, welke oplossingen zijn er, wat zou een eerste stap kunnen zijn naar verandering en wat kan het consortium doen?

Beeld: Jan de Roon


Jacobiene Ritsema – Witteveen+Bos (namens Ecoshape en het consortium NL2120)

Wat zijn de grootste barrières?

Jacobiene: “Deze hebben we vanuit Werkstroom 2 geïnventariseerd (zie kader) via literatuuronderzoek en interviews. Een van de barrières die je steeds weer tegenkomt zijn de baten van NbS: er is geen duidelijk zicht op wat het oplevert. Het zijn de baten van ‘groen’ ten opzichte van de baten van ‘grijs’. Bij groen zitten veel onderbuikeffecten: vaak speelt het gevoel dat het gezonder of beter is, maar is het lastig om dat met directe cijfers te onderbouwen. En je moet feitelijk naar het totaalplaatje van brede welvaart kijken. Dit omvat naast gezondheid ook bijvoorbeeld materiële welvaart, subjectief welzijn, veiligheid en milieu.

Een andere belangrijke barrière is het zogeheten ‘silodenken’. De ene partij doet onderhoud, de ander aanleg, de ene partij richt zich op water, de ander op bodem. Terwijl je NbS juist integraal wilt aanpakken. Een andere barrière is ontbreken van monitoring op fysisch ecologische aspecten, dus hoe werkt zo’n NbS precies, doet het wat het moet doen, hoeveel onderhoud is er nodig, hoeveel zand moet je bijvoorbeeld in een zandmotor neerleggen, etc. Daar heb je meetbare data voor nodig.”

Kun je een voorbeeld noemen?

Jacobiene: “Stel je legt een waterkerend landschap neer in plaats van een hogere ‘grijze’ dijk. Wat is daar het sociaal economisch effect van? Je ziet onder andere dat het veel ecosysteemdiensten oplevert, dus je krijgt bijvoorbeeld meer koolstofopslag, stikstofopslag, betere waterkwaliteit en aanzienlijk meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Dat werkt door naar de materiële welvaart. Je kunt daar gewoon euro’s aan koppelen.

Besluitvormers zijn ‘grijze’ infra gewend. Er zijn duidelijke richtlijnen, we kunnen het allemaal ontwerpen en berekenen en weten hoe we het moeten onderhouden en wat dat kost. Bij groen is dat tot nu toe minder makkelijk met harde cijfers te onderbouwen en bovendien op de langere termijn gericht. Je moet dus zorgen dat besluitvormers data krijgen waarbij ze de kosten en baten voor grijs en groen naast elkaar kunnen zetten. De nadelen van grijze infra worden vaak niet meegenomen, zoals het veroorzaken van meer uitstoot, productie van materiaal en de energie die daarvoor nodig is. Grijs wordt vaak te rooskleurig voorgesteld en groen te weinig. En het is niet zo dat wij zeggen dat je altijd voor NbS moet kiezen. Nee, je moet de goede afweging kunnen maken en daar heb je harde data voor nodig. En het schort nog aan data over de positieve effecten van groen. Over gezondheidseffecten is bijvoorbeeld al best veel beschikbaar, maar niet specifiek voor NbS.”

Wat zou een eerste stap kunnen zijn?

“Een goede eerste stap is om besluitvormers te helpen hun blik te verbreden met een sociaal economische bril. Data helpen daarbij. Zo kun je laten zien wat de maatschappelijke en economische voordelen van NbS zijn. Om een voorbeeld te noemen, we kunnen goed uitrekenen wat NbS doen met recreatie en toerisme. Als je meer natuur schept, hoeveel mensen gaan daar dan gebruik van maken en welke inkomsten levert dat op? De baten van wat dat voor de gezondheid op kan leveren (meer bewegen, minder naar de huisarts, minder uitval op werk, etc.) moeten we ook in euro’s uit kunnen drukken zodat de afwegingen gemaakt kunnen worden. Maar dat is best ingewikkeld, want wie gaat daarvoor betalen? We kijken naar verdien- en financieringsmodellen, maar wie heeft de baat en wie moet dan misschien wel een deel van de last dragen? Los van euro’s kijken we ook naar de transitie naar een ander waardensysteem: de intrinsieke waarde van natuur, de verbinding van de mens met de natuur en andere niet-monetaire waarden.

Met Werkstroom 2 willen we de sociaaleconomische effecten van NbS inzichtelijk en meetbaar maken – voor alle landschaptypes. Zo kunnen we beleidsmakers helpen bij hun keuzes tussen technische en Nature-based oplossingen. Wij voelen ons verantwoordelijk om die kennis aan te dragen.”

We legden Marco de Redelijkheid van Waterschap Limburg nagenoeg dezelfde vragen voor. Welke barrières ziet hij in de praktijk?

 

Wat is de grootste sociaal economische barrière voor opschaling?

Marco: “Plat maar duidelijk, grond! Wij zijn bezig met wateroverlast en we hebben grond en grondeigenaren nodig om met NbS op te kunnen schalen. Het moet voor hen aantrekkelijk zijn om grond te verkopen of het moet op één of andere manier verplicht worden. En daar is politiek en maatschappelijk heel weinig draagvlak voor. De vergoeding die grondeigenaren ervoor zouden moeten krijgen moet in ieder geval meer opleveren dan wat een veld aardappels oplevert, en dan niet voor 5 jaar maar structureel, op de lange termijn. Maar zelfs met een ruimhartige vergoeding zien veel boeren dat niet zitten, ook bedrijfseconomisch niet. Je zou ook kunnen vergoeden voor ecosysteemdiensten, dus dat je ook echt betaalt voor wat het oplevert voor de biodiversiteit, koolstofvastlegging, waterberging, recreatie, noem maar op.

In heel Nederland, maar zeker ook in Limburg, is de grondmarkt zwaar overspannen. Grond aankopen is moeilijk, zelfs als het geld er is en de overheid het wil is er gewoon erg weinig grond beschikbaar. Vaak willen boeren compensatiegrond terug en dat is er gewoon niet. Daar komt nog bij dat de overheid niet mag bieden boven de marktprijs om prijsopdrijving te voorkomen. Ook dat is een barrière.”

 

“Technische maatregelen zijn vaak sneller en vragen minder ruimte, maar hebben een negatieve impact op het landschap”

Marco de Redelijkheid – Waterschap Limburg

Welke afwegingen spelen mee in het kiezen voor technisch of Nature-based?

Marco: “We zoeken naar Nature-based maatregelen om wateroverlast te verkleinen, maar onderzoeken ook technische maatregelen. Die hebben als voordeel dat ze minder ruimte nodig hebben en ‘sneller’ zijn, maar ze hebben vaak wel een negatieve impact op het landschap. Of ze duurder of goedkoper zijn in aanleg en onderhoud moeten we nog zien. Het steeds uitbaggeren van regenwaterbuffers bijvoorbeeld is ook heel kostbaar. Als er veel druk vanuit de politiek of de omgeving komt voor snelle en ruimtebesparende maatregelen dan wordt daar toch eerder voor gekozen dan voor Nature-based oplossingen. Wederom een barrière.”

Kun je een voorbeeld noemen om een barrière te slechten?

Marco: “We zijn nu bezig met het ontwikkelen van een instrumentenmix: welke instrumenten heb je allemaal nodig om je doelen te halen (beperken wateroverlast, bewaken waterkwaliteit, voldoende water, waterveiligheid rivieren). Zoals grondbeleid, vergoedingsstelsels, subsidies, verordeningen, etc. Welke kun je direct inzetten en welke zul je verder moeten ontwikkelen?

De instrumenten zouden er voor moeten zorgen dat we wateroverlast op stroomgebiedsniveau oplossen. Dus niet dat er alleen maar relatief snel bijvoorbeeld een grote regenwaterbuffer wordt aangelegd, als ‘end of pipe’ maatregel, maar dat je een lange termijn oplossing kiest voor het hele systeem.”

Wat zou je willen dat het consortium NL2120 doet?

Marco: “Goede voorbeelden onderzoeken en verzamelen op landelijk niveau, waar we dan in de regio’s ook veel baat bij kunnen hebben. Projecten laten zien waar NbS goed werken, wat de kosten zijn en wat het oplevert, ook bijvoorbeeld voor de gezondheid, en dat delen. En ik hoop op aanbevelingen die misschien wel taboedoorbrekend zijn: de maatschappelijk uitdagingen zijn zo groot dat we er niet meer komen met alleen vrijblijvendheid en goed overleg.”

Werkstroom 2: Kosten en baten van Nature-based Solutions

Werkstroom 2 analyseert NbS vanuit een sociaaleconomische bril, rekening houdend met zowel de beslissers als degenen die de effecten ervaren, inclusief de natuur zelf. Wat zijn de kosten en baten van grootschalige toepassing van NbS, hoe maken we het meetbaar? In hoeverre is dat al mogelijk of missen we (wetenschappelijke) kennis? En hoe gaan we die ontbrekende kennis ontwikkelen? Het doel is om tot een beter afgewogen besluitvorming te komen voor de opgaven waarvoor NbS een oplossing kunnen zijn.

De 11 belangrijkste barrières

Het betreft sociaal economische, fysisch-ecologische en institutionele barrieres.

In 2024 maakte NL2120 op basis van bestaande literatuur een analyse van de belangrijkste barrières voor opschaling van NbS. Dat resulteerde in een top 11 van barrières. De volgende stap is om een verdiepende analyse per landschapstype uit te voeren en in beeld te brengen welke barrières de opschaling belemmeren, per landschapstype en per NbS. Door in beeld te brengen welke actoren nodig zijn om deze barrières weg te nemen en te inventariseren welke kennis deze actoren nodig hebben om dit mogelijk te maken, ontstaat een beter inzicht in de belangrijkste kennisvragen.
  1. Gebrek aan publieke en private financieringsmechanismen voor NbS
  2. Gebrek aan inzicht in financiële en economische baten en risico’s 
  3. Gebrek aan gegevens over NbS-voordelen en langetermijneffecten 
  4. Gebrek aan goede voorbeelden van NbS
  5. Gebrek aan monitoringsdata en evaluatie-instrumenten
  6. Gebrek aan duidelijke normen en standaarden voor NbS binnen ruimtelijke oplossingen
  7. NbS wordt onvoldoende geaccepteerd
  8. Onzekerheden over het functioneren van NbS
  9. NbS vereisen bepaalde condities om goed te kunnen functioneren en vereisen vaak meer onderhoud dan grijze infrastructuur
  10. Beperkte institutionele integratie en samenwerking
  11. Gebrek aan beleidsmatige integratie