Kun je een voorbeeld noemen?
Jacobiene: “Stel je legt een waterkerend landschap neer in plaats van een hogere ‘grijze’ dijk. Wat is daar het sociaal economisch effect van? Je ziet onder andere dat het veel ecosysteemdiensten oplevert, dus je krijgt bijvoorbeeld meer koolstofopslag, stikstofopslag, betere waterkwaliteit en aanzienlijk meer mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Dat werkt door naar de materiële welvaart. Je kunt daar gewoon euro’s aan koppelen.
Besluitvormers zijn ‘grijze’ infra gewend. Er zijn duidelijke richtlijnen, we kunnen het allemaal ontwerpen en berekenen en weten hoe we het moeten onderhouden en wat dat kost. Bij groen is dat tot nu toe minder makkelijk met harde cijfers te onderbouwen en bovendien op de langere termijn gericht. Je moet dus zorgen dat besluitvormers data krijgen waarbij ze de kosten en baten voor grijs en groen naast elkaar kunnen zetten. De nadelen van grijze infra worden vaak niet meegenomen, zoals het veroorzaken van meer uitstoot, productie van materiaal en de energie die daarvoor nodig is. Grijs wordt vaak te rooskleurig voorgesteld en groen te weinig. En het is niet zo dat wij zeggen dat je altijd voor NbS moet kiezen. Nee, je moet de goede afweging kunnen maken en daar heb je harde data voor nodig. En het schort nog aan data over de positieve effecten van groen. Over gezondheidseffecten is bijvoorbeeld al best veel beschikbaar, maar niet specifiek voor NbS.”
Wat zou een eerste stap kunnen zijn?
“Een goede eerste stap is om besluitvormers te helpen hun blik te verbreden met een sociaal economische bril. Data helpen daarbij. Zo kun je laten zien wat de maatschappelijke en economische voordelen van NbS zijn. Om een voorbeeld te noemen, we kunnen goed uitrekenen wat NbS doen met recreatie en toerisme. Als je meer natuur schept, hoeveel mensen gaan daar dan gebruik van maken en welke inkomsten levert dat op? De baten van wat dat voor de gezondheid op kan leveren (meer bewegen, minder naar de huisarts, minder uitval op werk, etc.) moeten we ook in euro’s uit kunnen drukken zodat de afwegingen gemaakt kunnen worden. Maar dat is best ingewikkeld, want wie gaat daarvoor betalen? We kijken naar verdien- en financieringsmodellen, maar wie heeft de baat en wie moet dan misschien wel een deel van de last dragen? Los van euro’s kijken we ook naar de transitie naar een ander waardensysteem: de intrinsieke waarde van natuur, de verbinding van de mens met de natuur en andere niet-monetaire waarden.
Met Werkstroom 2 willen we de sociaaleconomische effecten van NbS inzichtelijk en meetbaar maken – voor alle landschaptypes. Zo kunnen we beleidsmakers helpen bij hun keuzes tussen technische en Nature-based oplossingen. Wij voelen ons verantwoordelijk om die kennis aan te dragen.”