De verkiezingsprogramma’s laten zien hoe de politiek nog altijd worstelt met de complexe ruimtelijke uitdagingen van klimaatverandering, stikstof en biodiversiteit. De urgentie is intussen onverminderd groot. Zo kost het stikstofprobleem jaarlijks 14,5 miljard euro en belemmert het de bouw van tienduizenden woningen. Klimaatschade kan in 2050 oplopen tot 3,5 miljard euro per jaar, en tot bijna 10 miljard in 2100. Ook de slechte waterkwaliteit dreigt in de toekomst nieuwe ontwikkelingen te blokkeren.
Positief is dat er óók effectieve bouwstenen in de verkiezingsprogramma’s staan: meer ruimte voor de rivier, waterberging in de stad, natuurvriendelijke landbouw. Maar wat ontbreekt is een verbindend verhaal: een inspirerend en haalbaar vergezicht dat niet alleen problemen oplost, maar ook partijen verbindt en Nederland tegelijkertijd mooier en leefbaarder maakt. Iets om gezamenlijk naar uit te zien en trots op te zijn.
Verkokerd beleid
Decennia van gebrek aan regie in de ruimtelijke ordening hebben geleid tot verkokerd beleid. Waar het overheidsprogramma Ruimte voor de Rivier ooit veiligheid combineerde met natuur, economie en recreatie, wordt waterveiligheid tegenwoordig gefinancierd onder het credo ‘sober en doelmatig’. Die eenzijdige benadering mist kansen: in een land met ruimtegebrek is het verwaarlozen van synergie een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.
Ondertussen worden thema’s onnodig politiek gemaakt. De landbouwlobby schermt met het behoud van elke vierkante meter landbouwgrond terwijl er ook boeren bereid zijn om juist mee te werken aan gebiedsontwikkeling. Natuur wordt onnodig neergezet als een probleem, terwijl 86 procent van de Nederlanders natuurbehoud juist zeer belangrijk vindt en recreëren in de natuur de laatste jaren alleen maar populairder is geworden. En waar water- en bodembeleid bedoeld is om woonwijken klimaatbestendig te maken, wordt het weggezet als onnodige regeldruk.
Zo schuift de politiek pijnlijke keuzes voor zich uit en lijken bestuurders bang geworden om het gesprek met burgers aan te gaan. Hierdoor worden kansen die grote ingrepen opleveren om op meerdere gebieden meerwaarde te halen, niet optimaal benut. We bouwen als land liever dure constructies of hopen op technologische wonderoplossingen, dan dat we grondgebruikers vragen hun impact in balans te brengen met de draagkracht van onze water-, bodem- en ecosystemen.
Het gevolg: een land dat steeds kwetsbaarder wordt en waar systemen met pleisters aan elkaar hangen.
Geen obstakel
Toch is er een ander perspectief. De natuur is geen obstakel, maar juist onze grootste bondgenoot in deze puzzel. Ruimte geven aan rivieren helpt afvoerpieken op te vangen, groen in steden zorgt voor verkoeling, verhogen van het waterpeil in veenweiden vermindert de uitstoot van broeikasgassen, beekherstel houdt water vast voor droge periodes, en ruimte maken om zand en slib in te vangen in kustgebieden laat de kust meegroeien met de stijgende zeespiegel.
Voorbeelden genoeg, zowel in Nederland als in de rest van de wereld: de Zandmotor voor de kust van Scheveningen beveiligt onze kust én creëert natuur en recreatie. De Marker Wadden verbeteren de waterkwaliteit én zijn een prachtig natuurgebied. In Rotterdam biedt het Getijdenpark Eiland van Brienenoord recreatiemogelijkheden en verkoeling aan bewoners en tegelijk unieke getijdenatuur midden in de stad.
Klimaatbuffers waar natuurorganisaties de afgelopen jaren aan werkten vangen water op, verminderen hittestress én hebben geleid tot 100 duizend hectare extra of herstelde natuur. In de grote wereldsteden, zoals Parijs en Delhi, worden inmiddels in rap tempo bomen aangeplant en parken aangelegd om hittestress en wateroverlast tegen te gaan en de stad aantrekkelijk en leefbaar te houden.
Op natuur gebaseerde oplossingen krijgen nog weinig aandacht in Nederland en het tempo van ontwikkeling en aanleg van nieuwe concepten ligt laag. En dat terwijl ze grote potentie hebben. Volgens de VN kunnen ze voor 37 procent bijdragen aan de klimaatdoelen van Parijs.
Gezondheidsvoordelen
Ze vergroten biodiversiteit en hebben bovendien bewezen gezondheidsvoordelen: mensen die nabij groen wonen hebben 20 tot 25 procent minder vaak klachten zoals depressie, angststoornissen, migraine en hart- en vaatziekten. En dertig minuten wandelen in de natuur verlaagt stresshormonen met een kwart. Gezonde natuurlijke systemen zijn niet alleen cruciaal voor ons welzijn, maar de helft van de wereldwijde economie is afhankelijk van de natuur.
Wat ontbreekt in het politieke debat is een hoopvolle visie die partijen én de grote opgaven verbindt. Zo’n verhaal is er al. Aangevoerd door de Universiteit Wageningen laat het programma NL2120 zien hoe Nederland eruit kan zien als we kiezen voor op natuur gebaseerde oplossingen. Deze visie, bekroond met de Grote Maaskantprijs, heeft inmiddels steun van meer dan vijftig partijen: van aannemers en ingenieurs tot kennisinstituten en natuurorganisaties. Met steun van het Nationaal Groeifonds werken zij uit hoe landbouw, woningbouw en waterveiligheid op een natuurlijke manier gerealiseerd kunnen worden.
Dat is niet in plaats van techniek, maar in combinatie ermee. Zo maken we Nederland klimaatbestendig, versterken we biodiversiteit, verbeteren we de waterkwaliteit, verminderen we stikstof en fijnstof en verbeteren we onze leefomgeving.
Het is hoog tijd dat ook de politiek een integrale toekomstvisie die ons land uit de impasse haalt omarmt. Geen links of rechts plan, maar een gezamenlijk perspectief waar kennisinstellingen, bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties gezamenlijk de schouders onder zetten, en zo laten zien hoe een laaggelegen delta zich kan voorbereiden op de toekomst: klimaatbestendig, veilig, leefbaar en aantrekkelijk.