Het rapport Governance van Nature-based Solutions: praktijkinzichten van actoren bracht in kaart wat er speelt: de potentie van Nature-based Solutions (NbS) is groot, maar opschaling komt niet vanzelf van de grond. Opschaling kent meerdere dimensies: uitrollen, verbreden, afbouwen van wat niet werkt, én verdiepen. Dat laatste, scaling deep, staat centraal in nieuw onderzoek van Zoë van Eldik (WENR) en Julia Bleser (Deltares). De kern van hun bevinding: partijen die samenwerken aan NbS redeneren vanuit fundamenteel verschillende waardelogica’s, en dat heeft directe gevolgen voor hoe samenwerking verloopt en waar het vastloopt.

Dezelfde tafel, andere taal
Je herkent het misschien: aan tafel zitten burgers, een gemeente, een waterschap, een aannemer en een natuurorganisatie. Iedereen wil aan de slag met NbS. Toch hapert het gesprek. Niet omdat de feiten ontbreken, maar omdat de motivaties fundamenteel verschillen.
Van Eldik en Bleser analyseren dit aan de hand van de waardetypologie van het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). Die onderscheidt vier manieren waarop mensen betekenis geven aan natuur:
- Losstaande waarden (living from nature): natuur wordt gezien als iets dat gescheiden is van menselijke activiteit. Cultuur en natuur staan tegenover elkaar, waarbij de nadruk ligt op wat natuur de mens oplevert. In beleid komt dit tot uiting in zonering, regelgeving en beperkingen die economische activiteiten moeten begrenzen om natuur te beschermen.
- Instrumentele waarden (living in nature): natuur heeft waarde omdat zij bijdraagt aan menselijk welzijn. Natuur levert concrete functies en diensten, zoals bescherming tegen overstromingen, koeling, schone lucht en CO₂-opslag. NbS, ecosysteemdiensten en maatschappelijke kosten-batenanalyses zijn typische uitdrukkingen van dit waardentype.
- Relationele waarden (living with nature): natuur heeft waarde omdat mensen zich ermee verbonden voelen, er verantwoordelijkheid voor dragen of er hun identiteit aan ontlenen. Dit type waarden komt tot uiting in streekidentiteit, natuurverenigingen, erfgoed en initiatieven waarbij gemeenschappen zorgdragen voor hun leefomgeving.
- Intrinsieke waarden (living as nature): natuur heeft waarde op zichzelf, los van menselijk nut. Mensen zien zichzelf als onderdeel van de natuur. Dit uit zich in de morele overtuiging dat natuur bestaansrecht heeft, en in het streven naar herstel van ecosystemen zonder dat daar directe menselijke baten tegenover hoeven te staan.
Alle vier de waardetypen zijn te herkennen bij alle partijen die aan NbS werken: burgerinitiatieven, commerciële partijen, overheden, natuurorganisaties en internationale spelers. Maar per groep domineert er doorgaans één. En dat heeft gevolgen voor hoe mensen praten, redeneren en samenwerken.
“We zien dat partijen die samenwerken aan NbS vaak niet alleen over techniek of geld van mening verschillen, maar over iets fundamentelers: wat natuur eigenlijk is, en waarom het ertoe doet. Als je dat niet ziet, praat je langs elkaar heen zonder te begrijpen waarom,” vertelt Zoë van Eldik, onderzoeker bij WENR.
Formeel versus informeel: een verschil in taal en logica
Uit de analyse blijkt dat overheden en commerciële partijen vaker redeneren vanuit losstaande en instrumentele waarden. In die domeinen worden afwegingen veelal gemaakt op basis van meetbare baten, rekenmodellen en aanbestedingscriteria, en moeten NbS zich bewijzen in vergelijking met conventionele alternatieven.
Burgerinitiatieven en natuurorganisaties spreken een andere taal. Zij handelen vaker vanuit relationele en intrinsieke waarden: verbondenheid met plek en gemeenschap, verantwoordelijkheid voor de leefomgeving, de overtuiging dat natuur een eigen recht op bestaan heeft. Opvallend daarbij: burgerinitiatieven spreken zelden over ‘NbS’ als beleidsconcept, maar handelen in de praktijk sterk vanuit verbondenheid met natuur en gemeenschap.
Van Eldik legt uit: “Burgerinitiatieven gebruiken de term NbS nauwelijks, maar doen in de praktijk precies wat beleidsmakers beogen. Hun kracht zit in een diepe verbondenheid met hun omgeving. Die verbondenheid is geen soft gegeven, het is een drijfveer die het formele systeem vaak mist.”
Dit onderscheid heeft directe praktische gevolgen. Wanneer een gemeente een participatieproces insteekt met een rationele businesscase, en bewoners reageren vanuit beleving en identiteit, zijn beide partijen oprecht betrokken maar redeneren zij vanuit verschillende logica’s. In eerder onderzoek over landbouw en natuur in Nederland wordt dit onderscheid aangeduid als het verschil tussen ‘de bovenstroom’ (formele, institutionele processen) en ‘de onderstroom’ (informele, gemeenschapsgedreven bewegingen). Overheden en commerciële partijen bewegen zich vaker in de bovenstroom; burgerinitiatieven en gemeenschappen in de onderstroom; natuurorganisaties laveren daartussen.
De barrières zijn reëel, en hangen samen met waarden
Dit betekent niet dat de praktische barrières minder reëel zijn. Parallel lopend barrièreonderzoek binnen NL2120 identificeerde een top 11 van belemmeringen die opschaling van NbS in de weg staan:
- Financiering: weinig publieke, private en gemengde financiering houdt NbS vaak in de pilotfase.
- Baten en risico’s: kosten, baten, co-benefits en risico’s van NbS zijn nog onvoldoende inzichtelijk.
- Gebrek aan data: er is te weinig data over co-benefits en langetermijneffecten van NbS.
- Weinig voorbeelden: er zijn nog te weinig overtuigende praktijkvoorbeelden op schaal.
- Monitoring: beperkte monitoring en evaluatie maken effecten van NbS lastig aantoonbaar.
- Institutionele integratie: gebrekkige samenwerking en onduidelijk eigenaarschap remmen opschaling.
- Acceptatie: NbS worden nog niet overal gezien als volwaardige, integrale oplossing.
- Onzekerheden: onzekerheid over prestaties en klimaateffecten belemmert vertrouwen in NbS.
- Beheer en onderhoud: NbS vragen geschikte condities, schaal en vaak intensiever onderhoud.
- Beleidsintegratie: silo’s in beleid en organisatie belemmeren een integrale aanpak van NbS.
- Normen en standaarden: heldere normen, richtlijnen en standaarden voor NbS ontbreken vaak.
Van Eldik en Bleser laten zien dat praktische en culturele belemmeringen sterk met elkaar verweven zijn. Dat financiering gefragmenteerd is, hangt deels samen met het feit dat NbS meerdere doelen dienen, zoals waterveiligheid, natuur en recreatie, die elk in een eigen beleidskoker zijn ondergebracht. Dat beheer en onderhoud moeilijk te borgen zijn, hangt deels samen met onduidelijk eigenaarschap: wie voelt zich verantwoordelijk voor een maatregel die tussen domeinen in valt? En dat NbS lastig scoren in vergelijking met conventionele oplossingen, hangt deels samen met rekenmodellen die zijn ontworpen voor traditionele infrastructuur en die meervoudige, langetermijnbaten moeilijk kunnen meewegen.
Juist die combinatie van grijs en groen vraagt om partijen die vanuit verschillende waardenlogica’s samen optrekken. NbS zijn zelden de enige oplossing; ze werken het best als onderdeel van een bredere strategie waarbij technische robuustheid en ecologische meerwaarde elkaar versterken. Maar dat vraagt iets van hoe partijen met elkaar samenwerken.
Scaling deep: verdieping als onderdeel van opschaling
Het onderzoek plaatst dit in het bredere kader van scaling deep: het opbouwen en versterken van relaties en netwerken, zowel bottom-up als top-down, die uitvoering geven aan nature-based praktijken en het nature-based gedachtengoed willen uitdragen totdat het de nieuwe norm is. Scaling deep gaat daarmee over meer dan verspreiding van maatregelen. Het gaat over de vraag hoe relationele en intrinsieke waarden een plek kunnen krijgen in beleid, financiering en samenwerking, naast de instrumentele en technische argumenten die nu vaak domineren.
“Scaling deep gaat niet vanzelf. Het vraagt dat we bewust worden van onze eigen waardenlogica én die van anderen, en dat we bereid zijn daar echt iets mee te doen, ook als dat oncomfortabel is.”
Zoë van Eldik, onderzoeker WENR
Het onderzoek beschrijft drie strategische paden om scaling deep te bevorderen. Ze zijn niet wederzijds uitsluitend, maar vragen elk een andere aanpak.
1. Herkennen en aansluiten bij waarden
Samenwerken gaat soepeler als je begrijpt vanuit welke waardenlogica de ander redeneert en je daar bewust op aansluit. Een waterschap dat met een burgerinitiatief wil samenwerken, doet er goed aan niet alleen de technische business case te presenteren, maar ook de verbinding te zoeken met wat bewoners drijft: hun plek, hun verantwoordelijkheid, hun gemeenschap. Omgekeerd helpt het als burgerinitiatieven leren hoe zij hun motivatie kunnen vertalen naar de taal van beleid en aanbesteding.
Het risico van deze strategie is dat samenwerking met gelijkgestemden bestaande netwerken versterkt, maar nieuwe bruggen minder snel bouwt. Aansluiten bij waarden is daarmee effectief om bestaande relaties te verdiepen, maar minder geschikt als het doel is om ook nieuwe coalities te smeden.
2. Bundelen van waarden
Diepgaandere verandering ontstaat doorgaans door coalities te bouwen tussen partijen met verschillende waardeoriëntaties die elkaar uitdagen. Een samenwerking tussen een waterschap, een burgerinitiatief en een natuurorganisatie kan leiden tot oplossingen die geen van de partijen alleen had bedacht, mits de samenwerking goed is gefaciliteerd en er ruimte is voor doorlopend gesprek en reflectie.
Scaling deep vraagt uiteindelijk om expliciete erkenning en institutionele inbedding van relationele en intrinsieke waarden, zodat natuur niet alleen wordt ingezet als middel, maar ook een plek krijgt in de manier waarop we samenleven en besluiten nemen. Zo’n proces vergt tijd en doorlopende dialoog.
3. Destabiliseren van tegenwerkende waarden
Een derde, meer disruptieve route richt zich op het afbouwen of vervangen van waarden die niet verenigbaar zijn met NbS, zoals een sterke voorkeur voor kortetermijnoplossingen of beoordelingsmethoden die uitsluitend zijn ingericht op conventionele infrastructuur. Wanneer geduldige dialoog onvoldoende oplevert, kan deze route worden overwogen: via rechtszaken, politieke druk of het publiekelijk zichtbaar maken van misstanden. Dit pad roept weerstand op en wordt doorgaans als laatste optie beschouwd, maar kan soms leiden tot de doorbraak die andere wegen niet bereiken.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Het onderzoek laat zien dat opschaling van NbS niet alleen een technische of financiële opgave is, maar ook een culturele. Partijen die willen bijdragen aan een nature-based Nederland kunnen zich de volgende vragen stellen:
Vanuit welke waardeoriëntatie werk ík, en hoe beïnvloedt dat mijn taal, mijn keuzes en mijn samenwerkingspartners? Herken ik de waardelogica van de partijen waarmee ik samenwerk, en sluit ik daar bewust bij aan of langs? Welke barrières in mijn werk zijn niet alleen praktisch, maar ook een uitdrukking van een verschil in waardenlogica? En welke coalitie zou ik kunnen bouwen die die spanning productief maakt?
NL2120 gaat de komende periode in reflectieve workshops met partners uit het consortium verkennen hoe de inzichten uit dit onderzoek kunnen worden vertaald naar concrete strategieën, per domein, per schaal en per opgave. Dat past bij onze focus van de komende drie jaar waarin de nadruk ligt op concrete doorwerking in beleid en bij bedrijven.
Meer weten? Bekijk de kennisproducten:
Het monitoren van scaling deep
Waardenmapping binnen vijf domeinen uit de praktijk
Van fundamentele verandering tot fundamentele betrokkenheid
