Vernatting Barsbekerbinnenpolder: winst voor natuur en klimaat

22 april 2026

Dat natuur en landbouw geen tegenpolen hoeven te zijn, laat de herinrichting van de Overijsselse Barsbekerbinnenpolder zien. Daar is het waterpeil verhoogd, met als resultaat: minder bodemverzakking en CO₂-uitstoot, meer kansen voor weidevogels én een nieuwe inkomstenbron voor boeren via koolstofcertificaten. Een mooi voorbeeld hoe innovatieve verdienmodellen Nature-based Solutions (NbS) kunnen financieren en een brug slaan tussen ecologie en economie.

Dit project bevat voor NL2120 waardevolle informatie over de randvoorwaarden voor succesvolle toepassing van natuurlijke oplossingen. Een team onderzoekers bracht daarom het hele verhaal van de Barsbekerbinnenpolder in kaart, als onderdeel van een serie van 7 voorbeeldprojecten.

Beeld: Herman Agricola

Een grote oase voor weidevogels: deze langgekoesterde wens van provincie Overijssel en Natuurmonumenten kwam uit met de vernatting van 160 hectare van de Barsbekerbinnenpolder bij Zwartsluis. Dankzij een samenwerking van Natuurmonumenten, Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) en lokale boeren kwam deze wens uit. 
Het vernatten van veenweidegebied creëert de ideale omstandigheden voor weidevogels als grutto, kieviet en tureluur. Een natte omgeving zorgt bijvoorbeeld voor meer voedsel, verbetert de vegetatiestructuur en overlevingskansen voor kuikens. Ook helpt een nattere bodem om de biodiversiteit te herstellen, de groei van kruidenrijk gras is goed voor insecten. Bovendien is vernatting van veenweide de belangrijkste ‘natuurlijke’ manier om CO₂-uitstoot te verminderen. Veen stoot namelijk broeikasgassen uit wanneer het droogvalt. Een hoger waterpeil gaat dit tegen en remt tegelijkertijd bodemdaling af, met een stabielere ondergrond als gevolg.

Extensieve veehouderij: een kansrijke Nature-based Solution  

Extensieve veehouderij is een van de manieren om invulling te geven aan de natuurlijke oplossing ‘vernatten van  veenweidegebieden’. Bij deze natuurlijke oplossing worden grondwaterstanden structureel verhoogd, waardoor het huidige landgebruik veelal niet meer mogelijk zal zijn en er op een andere manier moet worden omgegaan met het landgebruik in deze gebieden.

Door veenweidegebied te vernatten door het toepassen van hogere waterstanden wordt veenafbraak en bodemdaling afgeremd of gestopt, waardoor broeikasgassen in de bodem blijven. In de komende jaren onderzoekt en onderbouwd NL2120 de effecten van verhoogde waterstanden op biodiversiteit en waterkwaliteit. Op deze manier wordt het veenweidegebied een toekomstbestendig landschap voor iedereen.

Valuta voor Veen 

Vernatting van veenweidegebied is goed voor weidevogels, bodem en klimaat, maar voor boeren is er een nadeel: minder grasproductie. Daarom is in de Barsbekerbinnenpolder gekozen voor de methode ‘Valuta voor Veen’ van Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK). Voor elke ton CO₂-reductie die de vernatting van veengebied oplevert, geeft de stichting een koolstofcertificaat uit. Bedrijven, overheden of particulieren die vrijwillig hun CO₂-uitstoot willen compenseren of klimaatdoelen willen ondersteunen, kopen deze certificaten via Platform CO₂neutraal. Bij de Barsbekerbinnenpolder gaat de opbrengst rechtstreeks of via Natuurmonumenten naar de deelnemende boeren. Zo worden zij gecompenseerd voor inkomstenverlies door de vernatting. Ook betalen zij een lagere pachtprijs in ruil voor het grondbeheer.  

Gestapeld groen verdienmodel 

Het project in de Barsbekerbinnenpolder nodigt uit om anders te kijken naar de financiering van publieke goederen en NbS. Door het waterpeil te verhogen, ontstaat winst voor weidevogels, biodiversiteit, bodem en CO₂-reductie én dankzij ‘koolstofcertificaten’ levert het boeren extra inkomsten op. Kortom, klimaat, natuur en boeren kunnen alle drie profiteren van deze oplossing waarmee publieke baten privaat worden gefinancierd. 
Dit project laat ook het potentieel zien van een ‘gestapeld’ verdienmodel. Immers, de koolstofcertificaten leveren geen volledig inkomen voor een boer. Maar als die daarnaast een vergoeding krijgt voor uitgesteld maaien, met het weidevogelpakket van Natuurmonumenten? En als de boer ook een lagere pachtprijs voor de grond betaalt? En daarnaast meer Europese landbouwsubsidies (GLB) ontvangt? Dan wordt het bij elkaar opgeteld een substantieel ‘groen’ verdienmodel. Bovendien wordt zo de afhankelijkheid van één (natuurgebaseerde) inkomstenbron kleiner. 

Beeld: Menno Diersmann Beeld van de Barsbekerbinnenpolder

Hoger grondwaterpeil 

De ideeën voor vernatting van de Barsbekerbinnenpolder ontstonden in 2014, aangejaagd door een melkveehouder en Natuurmonumenten. Uiteindelijk zijn in 2023 stuwen en dammen geplaatst en verwijderd, om het water beter vast te houden. De daadwerkelijke vernatting startte in 2024, met onder meer verbrede sloten en schuine taluds voor weidevogels. Dankzij deze ingrepen blijft het natuurlijke boezempeil een groot deel van het jaar gehandhaafd. Alleen ’s zomers, na de broedperiode, wordt nog water weggepompt voor agrarisch gebruik. De herinrichting is gefinancierd door LVVN via het programma Versneld Natuurherstel. Verder financierde Provincie Overijssel het proces, terwijl Natuurmonumenten vooral capaciteit inbracht.

Kansrijke koolstofmarkt 

Hoewel de aanpak veelbelovend is, spelen er ook enkele uitdagingen. Zo is de koolstofmarkt nog volop in ontwikkeling. De waarde van de certificaten is onvoorspelbaar en kan sterk schommelen. Het kost daarom tijd om ze te verkopen. De certificaten zijn bovendien voor de vrijwillíge koolstofmarkt. Daardoor hangt het succes af van bedrijven die intrinsiek koolstof willen reduceren en bereid zijn hierin te investeren. Een andere uitdaging is dat de koolstofcertificaten slechts tijdelijk geld opleveren. Na tien jaar geldt het vernatten van de Barsbekerbinnenpolder als de nieuwe realiteit, waardoor het geen ‘additionele maatregel’ meer is. Het levert dan geen extra CO₂-reductie meer op. Hierdoor stopt het CO₂-verdienmodel na tien jaar, tenzij er nieuwe maatregelen of inkomstenstromen bijkomen. Het blijft dus nodig om te zoeken naar langdurige, stabiele verdienmodellen voor NbS. Wel geven dit soort projecten natuurherstel een flinke impuls, terwijl ze boeren financieel helpen in de ‘omschakelperiode’ naar vernatte landbouw. 

Succes ontstaat sámen 

Goede samenwerking is cruciaal om vernatting van veenweide aan een alternatief verdienmodel te koppelen. Deze NbS vraagt namelijk hoge inrichtingskosten, bijvoorbeeld door de aanleg van stuwen en het aanpassen van waterlopen. Daardoor is een individueel verdienmodel voor één boer of grondeigenaar amper haalbaar. In de Barsbekerbinnenpolder bleek juist de bundeling van krachten tussen boeren, Natuurmonumenten, het waterschap en Provincie Overijssel een belangrijke successleutel. Door samen te werken aan een duidelijke stip op de horizon en door vanaf het begin open te communiceren met pachters, ontstond een projectgroep die elkaar wist te vinden en het project echt wilde laten slagen. Dit laat zien dat ecologische én financiële doelen haalbaar worden wanneer partijen samenwerken, over sectoren heen, met oog voor ieders belang. 

Naar opschaling 

Het project biedt veel kansen voor toepassing op grotere schaal. Vernatting is in principe interessant voor elk veenweidegebied, zeker waar de bodemdaling snel teruggedrongen moet worden om klimaatdoelen te halen. Zo wordt in Friesland geëxperimenteerd met geschikte landgebruiksvormen van vernatte veenweidegebieden, zoals vernat grasland en lisdoddeteelt. NL2120 monitort de effecten van deze pilot, en onderzoekt de kansen voor opschaling en vermarkting. De koppeling van deze NbS aan een alternatief verdienmodel is een interessante denkrichting bij zulke verkenningen. 

Betekenisvol puzzelstukje 

Intussen vliegen er weer steeds meer weidevogels door de Barsbekerbinnenpolder. Maar wie goed kijkt, ziet veel meer dan grutto’s en kieviten: hier maakt een gestapeld, groen verdienmodel een NbS mogelijk. Misschien niet als enige oplossing, maar wél als een betekenisvol puzzelstukje in een systeem waarin ecologie en economie elkaar versterken. Zo laat het project zien hoe natuur, klimaat én landbouw kunnen profiteren als we zaken anders organiseren en financieren. En dat biedt aanknopingspunten voor de systeemverandering die, bij een veranderend klimaat, nodig is om klaar te zijn voor de toekomst. 

 Door: Elianne Dummer, Herman Agricola, Marlies van Ree en Daan Verstand 

Wilt u meer lezen?

Download hier het rapport.