Nature-based Solutions voor veenweides

Een oer-Hollands landschap: grazige weides, doorsneden met sloten, weteringen en vaarten. Maar doordat de waterpeilen in veenweides kunstmatig laag worden gehouden, breekt het veen af en gaat het als CO2 de lucht in. Hierdoor daalt de bodem, dat problemen met woningen, wegen en ondergrondse leidingen veroorzaakt, terwijl het waterbeheer steeds kostbaarder wordt.
Om nationale en internationale doelen rond broeikasgasuitstoot te halen en de natuur te herstellen, is een hoger grondwaterpeil noodzakelijk. Op veel veenbodems worden nu koeien gehouden, wat boeren een inkomen oplevert en ons van zuivel voorziet. Kan dit nog als je het veen weer nat maakt? Of zijn er andere verdienmodellen mogelijk?

Beeld: Binne Louw Katsma

In twee Friese veenweidegebieden wordt de komende jaren geëxperimenteerd met Nature-based Solutions gericht op verschillende soorten landgebruik en waterbeheer, door vernatting van de veenweide. NL2120 onderzoekt in de Veen Innovatie Polder Hegewarren en met de landbouwcoöperatie het Akkrumer Goedland hoe je het veen weer nat maakt, welke effecten dit heeft op broeikasgassen, natuur en water en hoe je hier een boterham kunt verdienen.

Beeld: Binne Louw Katsma

Economische kansen
NL2120 ziet kansen in vernatting, zeker wanneer dit natuurinclusief gebeurt. Als de grondwaterstand voldoende is verhoogd, vermindert dit de afbraak van veen en de uitstoot van broeikasgassen en stopt bodemdaling. Vernatting gecombineerd met extensievere, natuurinclusieve landbouw kan leiden tot schoner water in sloten, met meer natuur in en rond de sloot.

In de Hegewarren onderzoekt NL2120 hoe melkveehouderij op nat veen eruit kan zien en wat dit oplevert in euro’s, soorten en milieukwaliteit. Door de natte bodem neemt de productie en voederkwaliteit van het gras af. Wordt het erg nat, dan kunnen koeien en machines moeilijker het land opkomen. Bovendien blijkt het lastig veen nat genoeg te krijgen, zonder dat grasland overstroomt. Ook is het zoeken hoe maatregelen als extensief beheerde randen het beste zijn in te passen in het landschap en in het boerenbedrijf.

Een alternatief kan zijn om nieuwe ‘natte teelten’ of paludicultuur te ontwikkelen. Hierbij worden moerasplanten geteeld, zoals cranberries of blauwe bessen voor voedsel, of vezels voor bouwmateriaal, zoals lisdodde, riet en andere soorten. Dit zijn nieuwe teelten, waardoor nog niet duidelijk is hoe ze effectief, efficiënt en op schaal zijn te telen. Voor sommige gewassen is ook de vraag nog onvoldoende ontwikkeld, zoals van vezels gemaakte bouwmaterialen. Wat zijn de effecten op broeikasgassen, water en soorten, als er op schaal wordt geteeld? En is er wat mee te verdienen? Op al deze vragen zoekt NL2120 antwoorden in de Hegewarren. Vooralsnog wordt hier lisdodde geteeld, vanaf 2026 komen daar riet, veenmos en andere gewassen bij.

Een derde oplossing die wordt verkend is om vernatting te combineren met andere maatschappelijke opgaven. In het Akkrumer Goedland werken boeren, bedrijven en burgers samen aan energieopwekking en woningen voor de lokale gemeenschap. Het idee is dat boeren op veen hun grond hiervoor inzetten en zo een nieuw exploitatiemodel verkrijgen. Maar hoe ontwikkel je dit natuurinclusief en op nat veen? Hoe organiseer je de samenwerking tussen boeren en het dorp? En als die goed loopt, hoe verdeel je de lusten en de lasten? Doel is een coöperatief landgoedbedrijf te realiseren, met veel aandacht voor ‘mienskip’, de natuur en levenskwaliteit.

Overige oplossingen